De complexiteit van damesmode

Soms denk ik dat ik in het verkeerde lijf geboren ben. Ik had beter een man kunnen zijn. Dan had je dat gedoe niet met damesmode.
Damesmode is namelijk een heel complexe materie.
Damesmode, dat moet je in de vingers hebben. Je moet oog hebben voor timing, want zodra je denkt dat iets in is, is het een moment later weer uit.
En je moet als dame ook nog tussen al die keuzes iets van een eigen unieke stijl zien te creëren.

Ik kan dat niet. Ik zie het niet (of wel maar hopeloos te laat). Ik heb slechte timing en kan door aanvallen van twijfel nooit een eigen stijl kiezen. Meestal kijk ik in een winkel naar een aardig geklede paspop. En wanneer de onvermijdelijke vraag komt: "kan ik je ergens mee helpen?", dan wijs ik naar de pop en zeg: "doe mij die maar."

Ik hijs me nu de laatste tijd in een legging met een minirok. Zit best lekker. Maar er dreigt ook gevaar in zulke, op het eerste oog onschuldige, kledingstukken.

Je moet daar wel "ladylike" mee gaan zitten.

En daar ligt nog wat uitdaging.
Als u begrijpt wat ik bedoel.

1 November 2009
By on 14:24
Kabouter Lora en het gemis van kabouterschoenen

Kabouter "Kabouters zijn eigenlijk best vet cool", bedacht ik mij in de auto op weg terug van de theatervoorstelling "kabouter Plop en het circus".

Ik ben er niet alleen heen geweest hoor. Ik had mijn oudste jongeling meegenomen als dekmantel voor het feit dat ik mezelf eigenlijk weer eens even onbeschaamd als een kind wilde gedragen.

Samen klapten we uitbundig op de wijsjes van de mierzoete kabouterliedjes. Zelfs als iedereen al was gestopt met klappen, klapten wij gewoon door. En als kabouter Plop of een van de anderen een dansje deed, deden wij het voorzichtig en giebelend samen na. En telkens wanneer we het commando kregen dat we na 3 tellen heel hard kabouter Lui moesten roepen omdat hij wéér in slaap was gevallen, brulden we zo hard we konden "één, twéé, drié…KABOUTER LUIUIUIUIUI!!"

En na afloop moesten we van alle spannigen allebei nog even een plasje doen.

In de auto keuvelen we nog gezellig na.
"Ik vind kabouters eigenlijk best cool", zei ik. 
"Ik ook mama", beaamde oudste met opgetogen stemmetje.
"Ik zou eigenlijk best kabouter willen worden. Die hebben het prima voor elkaar. Als kabouter doe je een dansje, zing je een liedje en klets je met de andere kabouters. Da’s toch eigenlijk wel hartstikke leuk", zei ik. En als je klaar bent, ga je gewoon terug naar je kabouterpaddestoel… "
Zuchtend en steunend kapte oudste mijn steeds fantasievoller wordende mijmeringen bruut af: "Mama, jij kàn toch helemaal geen kabouter worden…! …Want jij hèbt geen kabouterschoenen!".

Mmm.

Inderdaad. Geen kabouterschoenen. 

Dan houdt het toch op hè. 

Een carrièreswitch ligt op de loer: ik ga binnenkort toch eens informeren waar ik mij kan laten omscholen tot professioneel kabouter.

Inclusief kabouterschoeisel. Dat lijkt me toch een eerste vereiste.   

28 October 2009
By on 19:53
Happy pills

Pillen Door helse rugpijnen geplaagd, besloot ik dat het tijd was voor actie. Ik hield een vurig betoog bij de huisarts voor een stel goede pillen waar ik minimaal eens een keertje pijnvrij de nacht mee zou kunnen doorkomen. De huisarts knikte en schreef een pittig pilletje voor. "Maar, let op: de bijwerkingen zijn niet gering!", waarschuwde de alerte dame. Je mag er 3 per dag, maar dan mag je niet autorijden hoor. Je wordt er namelijk een beetje raar van!". Een heftige discussie volgde ("ik kan toch niet zonder auto?") en na wat woorden over en weer werd een compromis bereikt. Ik zou slechts 1 "happy pill" per dag nemen, en wel ‘s avonds. Met een werking van 8 uur zou ik dan ‘s ochtends weer fris en fruitig naar de arbeidplek kunnen tuffen met de auto.

Na inname van de eerste happy pill bleek ik na een initiële euforische stemming (want já, pijnvrij!) de volgende ochtend zo duf als een konijn. Zuchtend en steunend maakte ik mij klaar om naar het werk te gaan. In de auto gaf de tank aan dat het tijd was voor een lekkere slok benzine. Bij de pomp aangekomen ging ik op de automatische piloot tanken, ondertussen de slaap uit mijn ogen wrijvend en mijmerend over de fijne doorslaapnacht. Toen ik weer onderweg ging en in mijn spiegel keek deed ik een verontrustende ontdekking. Was dat mijn benzineklepje dat openstond?

…"Oeps"…"ah nee". Ja wel dus. Dop kwijt. Grmmnn! Dan direct maar door naar dealer voor een nieuwe dop. Ik hoef waarschijnljik niet te omschrijven hoe de automeneer naar me keek, wat hij zei en hoe ik mij daarbij voelde.

Op mijn werk aangekomen bleek ook nog eens dat ik mijn andere pillen (die om de dag door te komen)  was vergeten. Dus volgde weer een ritje heen en weer.

Leuk die happy pills.

Ik heb er nog aan gedacht om het restant van de pillen te verkopen en op de markt te brengen.

Werken goed hoor, soms wel 18 uur!

13 October 2009
By on 11:36
het leed dat digitale foto heet

Nee, beste lezer. Ik heb geen tijd. Druk druk druk. Het is niet mijn schuld. Het is de schuld van degene die de digitale camera uitgevonden heeft. Welke malloot zorgt er nu voor dat je mensen zomaar a-sociale hoeveelheiden foto’s kunt laten bewaren zonder dat zij er ook maar iets mee doen? Die "slimmerik" heeft er voor gezorgd dat ik nu 396 (!) foto’s heb moeten laten afdrukken. (En dan is de selectie van mislukte foto’s er al af). En die niet-te-overziene-hoeveelheid ben ik nu met zweet op het voorhoofd en met RSI handjes aan het inplakken.

Natúúrlijk passen ze niet in de 2 foto albums die ik voor de gelegenheid heb aangeschaft. Ik moet er minstens nog twee bij. Ik had van die driehonderd-zes-en-negentig fotos’ natuurlijk ook direct een aantal mooie digitale fotoboeken kunnen laten maken. Maar dat realiseerde ik me pas toen de enorme hoeveelheid plaatjes zich voor mijn neus opdoemde.

Beste lezer, ik spreek u vast ergens na het weekend weer. Want ja, ik verwacht wel dat het nog even zal duren voordat die berg foto’s goed geordend en ingeplakt voor het nageslacht toonbaar is gemaakt!   

3 October 2009
By on 10:59
Wat een leut, we gaan naar de peut.

Rug2 Misschien is het de leeftijd. Misschien had ik niet in de tuin moeten werken. En de dag erna dolenthousiast een muur moeten verven. Om tot slot de boel nog even te willen stofzuigen.

Want toen besloot mijn rug dat het tijd was voor protest. Het was alsof ik mijn rug hoorde denken: "Já, zeg. Zo kan ie wel weer hoor. Meiske toch. Nu ben je 35 jaar. En ik heb je al een paar keer een waarschuwing gegeven door je door je hoeven laten zakken. En dan ga je tóch eerst de tuin doen. En dan óók nog eens een muurtje verven. Waag het eens om die stofzuiger op te pakken om de boel te gaan schoonmaken. Dat doe je niet. Ik verbied het. Niet luisteren? Dan maar voelen!’

En knak zei ‘ie.
Mijn rug.

Auwauwauw!
Dat riep ik trouwens ook uit bij de huisarts. Toen ze de vinger op de zere plek legde en constateerde dat ik maar (weer) aan de pillen moest. Ze adviseerde mij als extraatje ook een manueel therapeut. "Het is een hele goeie", zei de huisarts nog bemoedigend.

Die "goeie" bleek ik, toen ik haar belde, al te kennen via een vroegere werkgever, alwaar zij eens per maand mij en mijn collega’s voorzag van brute, zo niet mensonterende stoelmassages. Om de situatie nog wat beter te schetsen: als het weer De Dag Van De Stoel was koerden wij collega’s destijds gekscherende oneliners tegen elkaar, varierend van: "trek maar geen wollen truitje aan als ze komt", "Mevrouw X met de schuurpapieren knuisjes komt weer!" "We gaan nu lootjes trekken wie eerst moet, dan is het voor degenen die volgen minder erg want haar grip verslapt na een uur of twee vast!"

Morgen ben ik dus naar het hol van de leeuw. Toch vol goede moed. Met mijn nieuwe mantra voor deze week: 

Niets geeft meer leut,
Dan een bezoekje aan de peut.

24 September 2009
By on 18:40
Kleine jongens worden (echt) groot!

LachenAgossie.

En dan is ie ineens 4 jaar. En dan gaat ie naar de basisschool. En start met veel zin, maar zodra alle kindjes en ouders in de klas verschijnen maakt het enthousiasme plaats voor een allesblokkerende angst. "Ik denk dat ik het toch niet zo leuk vind mama."…"Ik wil met jullie mee naar huis!". Oef!

Het kopje gaat hangen.

Een trillend pruillipje verschijnt.

Dan twee traantjes, die biggelen over het inmiddels wanhopige toetje.

En een serieuze snik. Dan een oplaaiend protest. Dat steeds luider wordt. En eindigt met een stevig vastklampen. Zo een van "ik hou je vast en laat je nooit meer los! Haal me uit deze benarde positie, alsjeblieft!"

Juf vangt hem op. Zet hem op de vensterbank. "Zwaai maar uit het raam naar papa en mama."

Wij snappen de hint en spurten de klas uit en zwaaien als twee zotjes en als boeren met kiespijn quasi blij naar onze zoon. "Dag! Dag!" We draaien om en zuchten diep.

4 jaar.

En dan moét je al zoveel hè.

(maar het kwam goed hoor, beste lezer. Huilen was slechts eenmalig en heeft nu plaatsgemaakt voor charmante verlegenheid en een sponsachtige observatie van alles wat om hem heen gebeurt + stijgend plezier in het instituut basisschool)

12 September 2009
By on 20:25
Houd de dief!

DiefIk heb twee zonen.

Eén van hen is een dief.

En daar moet ik heel erg om lachen.

Waarom?

Dat zal ik uitleggen. Op deze druilerige vrije donderdag besloot ik met het jonge vok naar het overdekte winkelcentrum af te reizen. We brachten bliksembezoeken aan speelgoedzaken, kleding-, en schoenenwinkels en kwamen uiteindelijk uit bij alwéér een kledingzaak. Hier besloot ik  wat items te gaan passen. Tot het moment dat de oudste jongeling ineens door de zaak brulde: "Hé Brent, wat doe je met die schoen?"

Mijn gedachten gingen razendsnel. "Schoen, schoen? Hoezo schoen? We zijn in een kledingzaak. Hier verkopen ze helemaal geen schoenen…toch?" Toen ik daarop een blik wierp door het aftanse gordijntje van het dito pashokje, zag ik Brent een schoen vasgeklemd houden alsof zijn leven er vanaf hing. Als een pitbull bromde hij mij en zijn broer toe vanuit de buggy toen wij het ombeurten waagden de (overigens wanstaltige kleine spiderman) schoen van hem af te pakken.

Met oudste zoon en jongste pitbull (met nog steeds de schoen vast in zijn hand geklemd) racete ik snel terug naar diverse potentiële eigendomsgerechtigden. Toen we de bewuste schoenenzaak eindelijk gevonden hadden, wilde de verkoopster best een poging wagen de "dief" de schoen afhandig te maken. En dat lukte. Brent zijn boosheid richtte zich dan ook direct op de gemene dame die ZIJN schoen had weggenomen. De schoen was weg. Een vermanende toespraak van mij volgde. De verkoopster deed ook nog een duit in het zakje. En dat was de druppel. Een pruillip kwam sluiks tevoorschijn, een valse blik volgde met een snotterend en verontwaardigd gemekker als denderende finale.

Mijn zoon.

De dief.

Maar wel een hele lieve hoor. 

9 July 2009
By on 13:39
Lora vindt elke dag een verrassing

KotsSpuug bekoort mij niet.

Zeker als andere mensen of dieren zo overduidelijk hun maaginhoud willen tonen aan de buitenwereld. Ik vind dat vies. Onnodig ook.  Sommige dingen hou je gewoon beter voor (of in) jezelf. Maar ja. Dan is daar toch weer nét dat extra invalshoekje. Want als ik een zogenaamde "spugert" tegenkom, leef ik altijd zo mee.

En dan wil ik zelf ook.

Niet uit vrije wil overigens.

Dat gaat helemaal automatisch.

En met twee katten in ons huishouden neem je dan wel een risico als fervente meespugert. En als dan één van de twee het nodig vindt om keer op keer op (overigens zeer luidruchtige) eigenzinnige wijze te protesteren tegen een nieuw merk voer, dan zijn de rapen gaar.

Vanochtend gleed ik bijna uit over een breed bekotste vloer met restanten kattenbrokken. Het jonge volk zat vrolijk aan het ontbijt en ik raapte alle moed bij elkaar om al kokhalzend het protest-overgeefsel te verwijderen. Het jonge volk zag er de humor wel van in en maakte er direct een nieuw spelletje van: "wie kan het beste mama’s kokhalsgeluiden nabootsen". 

Luttele tellen later kwam wederhelft op het lawaai af, zich bezorgd afvragend of wij toevallig niet spontaan allemaal een voedselvergiftiging of iets anders vreselijks hadden opgelopen.

Ik legde hem grommend uit dat er wéér was gespuugd door die oude seniele kater. En dat zijn zonen het nodig vonden om mij na te doen. We waren het er unaniem over eens de jongste telg duideijk winnaar was. Aan zijn gezicht te zien, vond hij dat zelf ook.

En we concludeerden met pijn in het hart dat jongste telg het nieuwe kokhalskunstje naar alle waarschijnlijkheid morgen op de kinderopvang op onnavolgbare wijze (in het ergste geval ook nog in combinatie met zijn inmiddels beruchte boertechniek) zal herhalen.

Ik ben benieuwd waar de oude seniele kater morgen weer gaat protesteren.   

Já, elke dag is dan toch weer een verrassing hè.

Hiep.

Hoi.

24 May 2009
By on 19:31
Lora heeft geen zin om te koken

Pannenkoeken"Waar zal ik vandaag eens over bloggen?", dacht ik hardop.

"Over wat we vanavond gaan eten", reageerde wederhelft adrem.

En zie daar de kern van ons dilemma vandaag.

Want dat avondeten, daar komen we vandaag niet goed uit.

Dat komt door het heerlijke weer van de laatste dagen, zo bedachten wij ons. Dan heb je niet zo’n trek in de gewone alledaagse hap. Dan wil je niet lang in de keuken staan om iets op tafel te toveren. Alsof ik dat überhaupt ooit doe. Ehm. Nee dus. 

Het jonge volk daarentegen weet best wat ze willen eten.

"Pannenkoeken!!!"

Maar dat doen we niet hoor.

Het kan niet elke dag feest zijn. Nee. Echt niet. (Natuurlijk kan dat wel. Het kan best elke dag feest zijn. Eigenlijk moet je gewoon van elke dag een feestje maken. Maar ja. Die pannenkoeken hè. Da’s voor de een een feest en voor de ander kan het overeten van pannenkoeken resulteren in een ware pannenkoeken-burnout. En zo eentje heb ik er nu. Dus basta. Driewerf Neen. Ga toch weg met die wanstaltige kleffe bende)

Dus wikken we en wegen we vandaag over wat wij luie volwassenen aan onze kroost gaan voorschotelen. Want je moet natuurlijk wel het goede voorbeeld geven.

Dan maar iets uit de vriezer halen.

Verantwoord opvoeden doen we wel weer een andere keer. 

23 May 2009
By on 15:28
Lora en de blogkennissen

Foodforthought De wereld van de bloggers is eigenlijk toch ook maar een malle. Mensen die je niet kent ga je lezen, want ze spreken je aan door een bepaalde schrijfstijl of door bepaalde onderwerpen die je interessant vindt.

De bloglezertjes zijn niet over één kam te scheren: je hebt de lezers die de blogger in kwestie ook in het echt kennen. Die reageren dan in real life ook weleens op d’een of d’andere blog. Als je dan als blogger bijvoorbeeld op een feestje eens een sterk verhaal wilt vertellen, wordt dit tegenwoordig regelmatig in de kiem gesmoord. (Jaa, Lora maar dat wéét ik toch al van die mislukte harspoging! Dat heb ik vorige week op je blog gelezen!) Het is een vreemde gewaarwording wanneer de digitale en de échte wereld elkaar zo kunnen kruisen.

En dan heb je de blogkennissen: mensen die blogs wel lezen maar de blogger in kwestie niet kennen want ze hebben de blogger nooit in real life gesproken.  Met iedereen die ik lees heb ik wel wat: zo heeft zij twee jongens van ongeveer dezelfde leeftijd als de mijne. En is zij, net als ik, enig kind. Zo blijkt hij qua roots praktisch een dorpsgenoot te zijn. En áls ik naar die ene beurs was gegaan, was ik hem waarschijnlijk in het echt tegengekomen.

Ik vraag me weleens af of ik (over een niet nader te noemen tijd), wanneer ik oud en grijs ben, nog steeds zal bloggen en bepaalde blogs zal bijhouden om te lezen. Zouden wij, de bloggers van nu, de eerste generatie worden die niet zal vereenzamen wanneer we bejaard zijn, omdat we naast de gewone echte wereld altijd nog de digitale wereld achter de hand hebben? 

8 May 2009
By on 11:15